
Lezingen - 26 januari 2027
Spring naar hoofdtekstNavigatiekalender
Navigatie
Jaar B
HH. Timoteüs en Titus, bisschoppen
Eerste lezing
2 Tim. 1, 1-8
Uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest.
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs
Van Paulus,
apostel van Christus Jezus door de wil van God,
volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
aan Timóteüs, zijn geliefd kind.
Genade, barmhartigheid en vrede voor u
vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus!
Het is met dankbaarheid jegens God,
die ik evenals mijn voorouders
met een zuiver geweten tracht te dienen,
dat ik uw naam noem in mijn gebeden,
zonder ophouden, dag en nacht.
Als ik denk aan uw tranen,
verlang ik vurig u weer te zien
om weer helemaal gelukkig te zijn.
En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest,
dat geloof dat eerst uw grootmoeder Loïs
en uw moeder Euníke bezield heeft
en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u.
Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade
die in u is door de oplegging van mijn handen.
Want God
heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen.
Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie
door de kracht van God.
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
Antwoordpsalm
Ps. 96 (95), 1-2a.2b-3.7-8a.10
R: Meldt aan de naties Gods heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.
Verkondigt zijn heil alle dagen,
meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.
Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht,
huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.
Zegt tot elkander: de Heer regeert!
Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen,
de volken bestuurt Hij met billijkheid.
Evangelie
Mc. 3, 31-35
Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen.
De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.
Eens kwamen Jezus’ moeder en zijn broeders,
en terwijl zij buiten bleven staan,
stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf:
„Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.”
Hij gaf hun ten antwoord:
„Wie is mijn moeder,
wie zijn mijn broeders?”
En terwijl Hij zijn blik liet gaan
over de mensen die in een kring om Hem heen zaten zei Hij:
„Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
„Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij
die de wil van God volbrengen.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
Bron: Tiltenberg Getijdengebed
Terug naar boven