Lezingen - 1 maart 2026
Spring naar hoofdtekstNavigatiekalender
Navigatie
Jaar A
Pagina 62 (nieuw)
Pagina 507 (oud)
Tweede zondag in de veertigdagentijd
Eerste lezing
Gen. 12, 1-4a
De roeping van Abraham, de vader van Gods volk.
Lezing uit het Boek Genesis
In die dagen
zei de Heer tot Abram:
“Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie,
naar het land dat Ik u zal aanwijzen.
Ik zal een groot volk van u maken.
Ik zal u zegenen en uw Naam groot maken,
zodat gij een zegen zult zijn.
Ik zal zegenen die u zegenen,
maar die u vervloeken zal lk vervloeken.
In u zullen alle geslachten op aarde gezegend worden.”
Toen trok Abram weg,
zoals de Heer hem had opgedragen.
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
Antwoordpsalm
Ps. 33 (32), 4-5. 18. 19. 20 en 22 (R. 22)
R. Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U.
Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet, is betrouwbaar.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief;
de aarde is vervuld van de liefde van de Heer. R.
Het oog van de Heer rust op hen die Hem vrezen
en die op zijn liefde vertrouwen.
Hij zal hen vrijwaren van de dood,
hen bij hongersnood in leven houden. R.
Vol vertrouwen zien wij uit naar de Heer,
Hij is ons schild, Hij is onze helper.
Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U. R.
Tweede lezing
II Tim. 1, 8b-10
God roept en verlicht ons.
Lezing uit de Tweede brief van de heilige apostel Paulus
aan Timóteüs
Dierbare,
Draag uw deel in het lijden voor het Evangelie
op grond van de kracht van God,
die ons heeft gered en geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze werken, maar op grond van zijn eigen besluit en genade,
ons van alle eeuwigheid verleend in Christus Jezus
en nu geopenbaard door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus,
die de dood heeft vernietigd
en onvergankelijk leven deed aanlichten door het Evangelie.
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
Evangelie
Mt. 17, 1-9
Zijn gezicht straalde als de zon.
De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Lezing uit het heilig Evangelie volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.
In die tijd
nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes mee
en bracht hen op een hoge berg,
waar zij alleen waren.
En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd:
zijn gezicht straalde als de zon
en zijn kleren werden wit als het licht.
En zie, Mozes en Elia verschenen hun
en spraken met Hem.
Petrus van zijn kant zei tegen Jezus:
“Heer, het is goed dat wij hier zijn;
als Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan,
een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.”
Hij was nog aan het spreken,
zie, een lichtende wolk overschaduwde hen
en zie, een stem uit de wolk zei:
“Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb;
luistert naar Hem.”
Toen de leerlingen dat hoorden,
vielen zij met hun gezicht ter aarde
en werden zeer bevreesd.
En Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei:
“Staat op en vreest niet.”
Toen zij hun ogen opsloegen,
zagen zij niemand dan alleen Jezus.
En terwijl ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun:
“Zegt aan niemand wat ge gezien hebt,
totdat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
Bron: Tiltenberg Romeins Missaal
Terug naar boven